Lees de volledige tekst op knack.be.
17/06/2026
In de Antwerpse haven produceert het chemiebedrijf Covestro elke dag honderden ton BPA, een stof die gelinkt wordt aan vruchtbaarheidsproblemen, hormoonverstoring en neurologische ontwikkelingsstoornissen. Vanaf juli wordt de ‘zeer zorgwekkende stof’ eindelijk verboden in voedselverpakkingen, maar in plastics, coatings en elektronica mag het wel nog. Hoe kan dat?
Een theelepel van een stof, verspreid over twee olympische zwembaden. Of vertaald naar een mensenlichaam: 0,2 nanogram per kilogram lichaamsgewicht. Dat is sinds 2023 de maximaal toegelaten dosis bisfenol A (BPA) per dag. Daarmee verlaagde de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA de norm met een factor 20.000. Een hogere blootstelling kan schadelijke effecten hebben. In het verlengde van die nieuwe EFSA-richtlijn besliste Europa om BPA uit voedselverpakkingen te bannen: vanaf juli 2026 mogen blikjes met een plastic binnenlaag definitief geen bisfenolen meer bevatten.
Die drastische verlaging kwam niet uit het niets. Bisfenol A staat al decennialang op de radar van wetenschappers en gezondheidsautoriteiten. In de loop der jaren werd steeds duidelijker dat de stof zich in het lichaam gedraagt als het hormoon oestrogeen en daardoor biologische processen kan verstoren. Vooral tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder en de vroege kinderjaren lijkt BPA bijzonder gevoelig in te grijpen.
Dat leidde in 2011 al tot een Europees verbod op BPA in babyflessen en verpakkingen voor kindervoeding. In 2017 werd de stof officieel geclassificeerd als een ‘zeer zorgwekkende stof’ (SVHC, Substance of Very High Concern), vanwege haar hormoonverstorende eigenschappen voor mens en milieu. Sindsdien mag BPA in Europa alleen nog onder strikte voorwaarden worden gebruikt.
Hormoonverstorend
Al in 1997 waarschuwden onderzoekers dat BPA schadelijk kon zijn voor de voortplanting van muizen, zelfs in zeer lage dosissen. Rond 2007 werd duidelijk dat de stof ook invloed heeft op het zenuwstelsel.
In een studie uit 2024 die verscheen in het gerenommeerde tijdschrift Nature Communications, analyseerden Australische onderzoekers bloedstalen van meer dan duizend zwangere vrouwen. Ze vonden een verband tussen hoge BPA-gehaltes in het bloed van moeders en een verhoogde kans op autisme bij hun zonen, specifiek bij jongens met een tragere stofwisseling. De kans op een autismediagnose op negenjarige leeftijd lag in zo’n geval tot 6,5 keer hoger dan bij de controlegroep.
Volgens de Australische neurologe en onderzoekster Sarah Dunlop, die samenwerkte met verschillende auteurs van de studie, zijn deze resultaten belangrijk omdat ze voor het eerst tonen wat bisfenol A in het brein doet. Door oestrogeen na te bootsen, beïnvloedt BPA rechtstreeks de ontwikkeling van de amygdala, een hersengebied dat emoties, geheugen en sociale interactie regelt. ‘Cellen ontstaan in het centrum van de hersenen en migreren van daaruit naar andere gebieden, waar ze zich organiseren en verbindingen maken’, zegt Dunlop. ‘Bij kinderen met ernstige vormen van autisme liep die bedrading deels mis.’
Welvaartsziekten
Muizenonderzoek binnen dezelfde studie bevestigde de trend. Dieren die BPA binnenkregen, vertoonden later typisch autismeachtig gedrag, zoals minder sociaal contact en repetitieve bewegingen. Opvallend genoeg leek een stofje uit koninginnenbrij, een voedzaam papje dat bijenkoninginnen te eten krijgen, die effecten bij muizen deels tegen te gaan.
Ondertussen zijn meer dan 25 schadelijke effecten van BPA in kaart gebracht, vaak te linken aan welvaartsziekten die de voorbije decennia sterk toenamen. De sterkste aanwijzingen situeren zich bij het voortplantingssysteem en de neurologische ontwikkeling. Bisfenol A wordt onder andere in verband gebracht met lagere spermakwaliteit, polycysteus ovariumsyndroom (PCOS), diabetes type 2, nier- en schildklierproblemen, obesitas en ADHD.
Voor veel van die effecten bestaat geen rechtstreeks oorzakelijk bewijs, onder meer omdat blootstelling aan BPA moeilijk te isoleren is van andere chemische stoffen. Maar studies toonden wel sterke correlaties aan. Ondertussen groeit bij wetenschappers de overtuiging dat er, net zoals bij lood, mogelijk geen veilige ondergrens bestaat voor BPA-blootstelling.
Goedkoop en efficiënt
Die wetenschappelijke consensus staat in schril contrast met de industriële realiteit. Op een landtong in de Antwerpse haven, tussen de Schelde en het Kanaaldok, mag de Duitse multinational Covestro jaarlijks tot 250.000 ton BPA produceren, goed voor ongeveer 685 ton per dag. Die bisfenol A komt terecht in harde en resistente plastics, batterijbehuizingen, fietshelmen en autolampen. Maar 685 ton per dag betekent ook: ontelbaar veel ‘theelepels’.
Waarom blijven we BPA op zulke schaal gebruiken, als het in minieme hoeveelheden al schade kan aanrichten? Een deel van het antwoord ligt in de economische logica van de petrochemie. BPA is goedkoop. Een kilo kost ongeveer 1,57 dollar, pakweg de prijs van een blikje frisdrank in de supermarkt. Dat prijskaartje heeft veel te maken met het productieproces. BPA wordt gemaakt uit fenol en aceton, grondstoffen die afkomstig zijn uit aardolie en aardgas. Dankzij de bestaande petrochemische infrastructuur in Antwerpen is de productie goedkoop en efficiënt.
Lobbywerk
Dat maakt het voor veiligere alternatieven moeilijk om door te breken. Tegelijk investeert de sector fors in lobbywerk. Covestro is aangesloten bij twee invloedrijke Europese lobbyorganisaties: Plastics Europe en Cefic. Binnen Cefic verdedigt Bisphenols Europe – onder leiding van een afgevaardigde van Covestro – expliciet het gebruik van bisfenolen. Met een lobbybudget van meer dan tien miljoen euro behoort Cefic tot de machtigste lobbygroepen in Brussel.
Tussen 2020 en 2022 was Markus Steilemann, ceo van Covestro, ook voorzitter van Plastics Europe. De lobbyorganisatie spande in die periode verschillende rechtszaken aan tegen het Europees Chemicaliënagentschap ECHA, onder meer tegen de classificatie van BPA als reproductietoxisch en hormoonverstorend. In alle gevallen kreeg het ECHA gelijk, maar de zaken tonen aan hoever het bedrijf wil gaan om winsten veilig te stellen.
Van die groeiende wetenschappelijke aandacht voor BPA is voorlopig weinig terug te vinden bij de vergunningverlening aan bisfenolproducent Covestro. Dat blijkt uit de vergunningen die het bedrijf sinds 2017 van de Provincie Antwerpen kreeg, hetzelfde jaar waarin BPA officieel als ‘zeer zorgwekkende stof’ werd geclassificeerd.
In die dossiers ontbreekt structureel advies van het Departement Zorg. In meerdere procedures werd wel advies gevraagd, maar bleef een antwoord uit, waardoor automatisch een stilzwijgend gunstig advies gold. In geen van de bestudeerde vergunningen wordt expliciet verwezen naar de hormoonverstorende eigenschappen van BPA of naar mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling. Ook het Agentschap voor Natuur en Bos en het Departement Omgeving formuleerden geen bezwaren in die richting.
Beleidsplan
Waarom speelt de toxiciteit van een stof niet mee bij het vergunnen ervan? De Provincie Antwerpen, als vergunningverlener, reageert dat een provinciale vergunning zich beperkt tot de activiteiten op de site zelf en geen uitspraak doet over het verdere gebruik van de geproduceerde stoffen in de bredere keten. Ook stelt de Provincie dat nieuwe Europese regelgeving, bijvoorbeeld rond ‘zeer zorgwekkende stoffen’, onmiddellijk van kracht wordt zodra ze wordt ingevoerd, ongeacht eerder verleende vergunningen. Exploitanten moeten zich dus ook aan nieuwe verplichtingen houden, ook wanneer die niet expliciet in bestaande vergunningsteksten zijn opgenomen.
De vergunning was volgens de Provincie gebaseerd op een milieueffectenrapport én op een advies over mogelijke gezondheidsrisico’s dat werd bezorgd door het Departement Zorg in het kader van een belangrijke hervergunningsprocedure. In het advies werden de mogelijke effecten van BPA-uitstoot meegenomen en ook de vertaling ervan naar immissies, of concentraties in de omgeving. Maar dat advies werd aangeleverd in 2016, een jaar voor BPA werd aangeduid als ‘zeer zorgwekkende stof’, en hield daar dus geen rekening mee.
Gevraagd naar een reactie stelt het Departement Zorg dat het tempo van technologische en industriële ontwikkelingen een grote uitdaging is. Voldoende kennis over de klinische, epidemiologische en milieueffecten van stoffen opbouwen, is volgens hen moeilijk te verzoenen met die snelheid. Tegelijk benadrukt het Departement dat er de voorbije jaren organisatorisch veel in beweging is gezet, onder meer naar aanleiding van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie PFOS-PFAS. Het beleid rond Zeer Zorgwekkende Stoffen zou daardoor sterker en structureler verankerd worden, onder meer via het beleidsplan zorgwekkende stoffen, dat vermoedelijk deze zomer wordt afgerond.
‘Veilig voor mens en milieu’
Het bedrijf Covestro reageert dat het het wetenschappelijke en regelgevende debat rond BPA en andere bisfenolen nauwgezet opvolgt en de bezorgdheden hierover ernstig neemt. Het benadrukt dat het blijft inzetten op veilige, gecontroleerde productie in gesloten industriële systemen. In zijn reactie voegt het bedrijf een belangrijke nuance toe: alle BPA die in Antwerpen wordt geproduceerd, wordt chemisch omgezet en ingebouwd in polycarbonaat, een type kunststof dat bekendstaat om zijn onbreekbaarheid en wordt gebruikt in veeleisende toepassingen zoals de bouw en de elektronicasector.
Covestro benadrukt daarbij dat BPA in polycarbonaat niet eenvoudig te vervangen is. In veel gevallen, stelt de multinational, zouden alternatieve materialen gepaard gaan met verlies aan functionaliteit, prestaties of veiligheid. Daarenboven is BPA in polycarbonaat niet langer vrij aanwezig, maar wordt de stof sterk gebonden in de kunststof. ‘Slechts minimale sporen van BPA dat niet volledig gereageerd heeft zouden achterblijven in de polymeermatrix, zonder te leiden tot significante blootstelling’, stelt het bedrijf. Daarom, aldus Covestro, is polycarbonaat op basis van BPA, op grond van de huidige wetenschappelijke kennis en expertinzichten ‘veilig voor mens en milieu binnen de huidige toepassingen.’
Putwater
Maar is die verklaring sluitend? Volgens experts niet. Zo is er bijvoorbeeld een probleem wanneer de kunststof afval wordt. ‘Zodra polycarbonaat beschadigd of afgebroken wordt, kan er opnieuw BPA vrijkomen’, zegt professor milieuchemie Hans Peter Arp, verbonden aan het Norwegian Geotechnical Institute en de Norwegian University of Science and Technology. ‘In sommige gevallen gebeurt dat via microplastics die BPA kunnen afgeven in het milieu.’
BPA wordt ook alom in het milieu gevonden, stelt Arp. ‘Wat opviel in mijn onderzoek rond vervuiling uit stortplaatsen en het afvalwater daarvan, was dat van alle gemeten stoffen BPA telkens de stof was die in de hoogste concentraties aanwezig was. Daarop zijn we BPA beginnen te meten in het milieu en op veel plaatsen vonden we verrassend hoge waarden.’
Verder onderzoek bracht de stof ook in andere contexten aan het licht. ‘Zo vonden we BPA vaak terug in de lucht rond recyclage-installaties voor elektronisch afval, vooral op plaatsen waar veel stof vrijkwam bij het breken en verwerken van materialen’, zegt Arp. Het ging daarbij niet om plasticrecyclage, maar vooral om processen waarbij metalen uit elektronisch afval worden teruggewonnen.
Volgens Arp is vooral de aanwezigheid van bisfenol A in grondwater problematisch. ‘Wanneer mensen putwater gebruiken, kan zelfs een kleine hoeveelheid al relevant zijn, zeker omdat de richtwaarden vrij streng zijn’, zegt hij. Vandaag is BPA, via verschillende blootstellingsroutes, ook in Vlaanderen op veel plekken aanwezig. De stof wordt gemeten in rivieren van West-Vlaanderen tot Antwerpen, en in het bloed van 86 procent van de Vlaamse jongeren.
Wijdverspreid
Ondanks de officiële classificatie van BPA als zorgwekkende stof en de toenemende wetenschappelijke bezorgdheid kon de productie in Antwerpen, het hart van de Europese chemie, gewoon doorgaan en is de stof wijdverspreid.
We weten nog niet alles over de mogelijke effecten ervan. ‘Er wordt momenteel nog steeds intensief onderzoek naar gedaan’, zegt toxicologe Birgit Mertens van Sciensano. Ze wijst erop dat wetenschappelijke inzichten ook blijven evolueren. ‘BPA werd vanwege de hormoonverstorende effecten eerst verboden in producten voor baby’s en jonge kinderen, omdat deze groepen nog in ontwikkeling zijn en daardoor extra gevoelig kunnen zijn voor verstoring van het hormonale systeem. Meer recent onderzoek liet ook zien dat BPA in lage dosissen effecten kan hebben op het immuunsysteem, wat leidde tot het verbod in voedingscontactmaterialen. Maar door methodologische beperkingen en doordat een groot deel van de beschikbare gegevens over BPA afkomstig zijn van niet-gestandaardiseerde studies, blijft het erg moeilijk om precies te bepalen vanaf welke lage dosissen bepaalde effecten optreden.’
Gedragsproblemen
Ondertussen nemen de signalen toe dat we mogelijk onvoldoende voorzichtig zijn geweest in onze omgang met hormoonverstorende stoffen. Meer dan een op de zes koppels kampt met vruchtbaarheidsproblemen. De spermakwaliteit van mannen gaat al jaren achteruit. Ook nemen gedrags- en ontwikkelingsproblemen bij kinderen toe. Bijna 2 procent van de leerlingen werd vorig jaar aangemeld bij het CLB wegens gedragsproblemen of regelovertredend gedrag, een stijging met bijna de helft tegenover tien jaar eerder. Het aantal hulpvragen voor definitieve schooluitsluiting verdubbelde in diezelfde periode.
Bisfenol A zit verwerkt in allerlei soorten plastic, waardoor blootstelling vaak onzichtbaar en permanent gebeurt. En die blootstelling groeit mee met onze consumptie van plastic. Waar in 1950 wereldwijd minder dan een halve kilo plastic per persoon per jaar werd geproduceerd, ligt dat cijfer vandaag rond de 50 kilogram. Elk jaar komt het gewicht van de volledige wereldbevolking erbij aan nieuwe plastics, en daarmee ook aan chemische stoffen waaraan mensen voortdurend worden blootgesteld.